Nieuws

Tuchtcollege: Schijnconstructie bewezen

Bestuur NVL
31 januari 2020

Het Tuchtcollege voor de Kynologie heeft in de kwestie van een Duitse Staande Langhaar reu, bewezen verklaard dat voor de dekking van een Duitse Staande Langhaar teef, beide fokkers gebruik hebben gemaakt van een zogenaamde schijnconstructie. Het tuchtcollege acht de schijnconstructie echter niet strafbaar. Dat komt mede doordat de Raad van Beheer bepaalde verplichte regels van de FCI, waaraan – naar het oordeel van de NVL - ook individuele fokkers zijn gebonden, niet in het Nederlandse Kynologisch Regelement heeft geïmplementeerd. Ook het Verenigingsfokreglement is ontoereikend. Omdat de schijnconstructie wel bewezen wordt verklaard volgt er voor de aangeklaagden geen vrijspraak maar ontslag van rechtsvervolging van het tenlastegelegde.

Alhoewel de Raad van Beheer verplicht is de regels van de FCI in het Kynologisch Reglement te implementeren heeft de Raad van Beheer dat nagelaten, zo is in deze procedure gebleken. Het bestuur van de Nederlandse Vereniging ‘Langhaar’ tilt daar zwaar aan. Immers, mede door een verzuim van de Raad van Beheer is de aangeklaagden in deze kwestie geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Dit ondanks het feit dat In de tuchtprocedure is komen vast te staan dat de reu na de ‘import’ tenminste zeer langdurig in Duitsland verbleef, na de ‘verkoop’ alle inentingen in Duitsland heeft gehad en ondanks het Duitse fokverbod ook in Duitsland heeft gedekt.

Inmiddels heeft het bestuur van de Nederlandse Vereniging ‘Langhaar’ er bij de Raad van Beheer schriftelijk op aangedrongen het Kynologisch Regelement in overeenstemming te brengen met dwingende regels van de FCI. Het gaat dan met name om het overnemen van buitenlandse fokverboden. Ook is het bestuur van de NVL van oordeel dat de definitie van het eigenaarschap van een hond in overeenstemming moet worden gebracht met die van de FCI. Volgens de regels van de FCI wordt de bezitter van de hond als eigenaar aangemerkt. Dat was ten tijde van de dekking en daarna, in deze kwestie de (vorige) Duitse eigenaar van de reu.

De uitspraken van het tuchtcollege zijn hieronder geanonimiseerd te lezen:

Zaak 19-062 (eigenaar reu)

Zaak 19-063 (eigenaar teef)